Uw cliënt is slachtoffer van een misdrijf of verkeert in gevaar: wanneer kunt of moet u het beroepsgeheim doorbreken?

CASUS

U merkt blauwe plekken op bij uw 5-jarige cliënt. Het meisje vertelt dat mama vaak boos is en haar pijn doet. Wanneer u met de moeder hierover spreekt, doet deze alsof er niets aan de hand is. U vermoedt dat er sprake is van kindermishandeling. Kunt u het beroepsgeheim doorbreken om de minderjarige te beschermen?

Wanneer uw cliënt slachtoffer is van een misdrijf of in een gevaarsituatie verkeert, brengt dit heel wat vragen met zich mee. In dit dossier gaan we in op de volgende:

Vervolgens reiken we nog de volgende pistes aan:

Tot slot kunt u hier nog een document downloaden met daarin: 

  • een overzicht van de relevante uitzonderingen in een overzichtelijke tabel;
  • een beslissingsboom die u houvast biedt in het bepalen van het antwoord op de vraag: kan of moet ik in mijn situatie het beroepsgeheim doorbreken?

Op deze pagina vindt u nog een overzicht van de wetsartikelen die worden vermeld in dit dossier.


Hoe bepaalt u of u in uw situatie het beroepsgeheim kunt of moet doorbreken?

Dit doet u door na te gaan of een van de principes opgesomd in onderstaande tabel van toepassing is. Deze tabel geeft een overzicht van de verschillende uitzonderingen op het beroepsgeheim die in deze context relevant zijn. We specificeren ook telkens of het gaat om een mogelijkheid of ‘spreekrecht’ om het beroepsgeheim te doorbreken, dan wel om een verplichting.

Elk van deze uitzonderingen is omkaderd door een aantal voorwaarden en gaat slechts op in een aantal zeer specifieke gevallen. In de vierde kolom verwijzen we daarom naar een bijkomende pagina voor meer uitleg. Deze pagina helpt u om te bepalen of de uitzondering op uw specifieke situatie van toepassing is.

We beklemtonen dat een oplossing binnen de vertrouwensrelatie en de cliënt actief betrekken in uw interventies altijd voorrang krijgt op het doorbreken van het beroepsgeheim. Een doorbreking van het beroepsgeheim moet u steeds zien als een laatste redmiddel. Het beroepsgeheim berust immers op een aantal essentiële waarden die zoveel mogelijk moeten worden beschermd, waaronder:

  • het privéleven van de cliënt en zijn naasten;
  • de waardigheid en de integriteit van het beroep van psycholoog;
  • het vertrouwen van de burger in de zorgverlening.

Wanneer u tot een melding overgaat, moet u zich bovendien steeds beperken tot de strikt noodzakelijke informatie, ‘need to know’, niet ‘nice to know’. Als u het beroepsgeheim doorbreekt omdat er sprake is van een dreigende gevaarsituatie, geeft u alleen informatie door die nodig is om hieraan een einde te maken en alleen aan personen die zich in de mogelijkheid bevinden om u hierin verder te helpen.

Ook als u het beroepsgeheim mag doorbreken, moet u uiteraard oog blijven hebben voor uw andere deontologische plichten. Denk bijvoorbeeld aan de eerbiediging van de waardigheid van de cliënt (artikel 21 van de deontologische code).

UITZONDERING

WAT BETEKENT DEZE UITZONDERING?

VERPLICHTING OM HET BEROEPSGEHEIM TE DOORBREKEN?

HOE BEPAALT U OF HET VAN TOEPASSING IS?

De hulpverleningsplicht (art. 422bis van het Strafwetboek).

Net zoals elke burger draagt u de verantwoordelijkheid om hulp te bieden aan een persoon die in groot gevaar verkeert. U doorbreekt het beroepsgeheim omdat dit de enige manier is om aan deze hulpverleningsplicht te voldoen.

Artikel 422bis van het Strafwetboek spreekt niet van een aangifteplicht. Het stelt eigenlijk alleen dat u bij feitelijke gevaarsituaties hulp moet bieden. U bepaalt in dit kader zelf welke ‘soort’ hulp hiervoor het meest geschikt is.

MAAR, kan het gevaar alleen worden afgewend door het beroepsgeheim te doorbreken? Dan zal u wel moeten overgaan tot een melding om u niet schuldig te maken aan het misdrijf schuldig verzuim.

>> Klik hier voor meer informatie over:

  • de situaties waarin de hulpverleningsplicht van toepassing is;
  • de omstandigheden waarin de hulpverleningsplicht tot het doorbreken van het beroepsgeheim leidt.

Artikel 458bis van het Strafwetboek

Artikel 458bis van het Strafwetboek voorziet een wettelijk spreekrecht aan de procureur des Konings bij bepaalde misdrijven op minderjarigen of kwetsbare personen.

Neen, het gaat om een mogelijkheid om te spreken en niet om een verplichting.

>> Klik hier voor meer informatie over de voorwaarden die moeten opgaan vooraleer u zich op dit spreekrecht kunt beroepen.

De noodtoestand

De noodtoestand is een rechtsprincipe dat niet in een wet is verankerd, maar wel unaniem aanvaard wordt in de rechtspraak en de rechtsleer. Het omschrijft de situatie waarin de overtreding van een wettelijke bepaling (vb. het beroepsgeheim) de enige manier is om een belangrijkere waarde (vb. het leven van een persoon) te beschermen. De noodtoestand vormt in dit geval een rechtvaardigingsgrond om het beroepsgeheim aan de kant te schuiven en toch te spreken.

De noodtoestand houdt geen verplichting in om het beroepsgeheim te doorbreken. Het gaat daarentegen om een rechtvaardigingsgrond die u in bepaalde situaties de mogelijkheid geeft om toch te spreken.

>> Klik hier voor meer informatie over de voorwaarden die moeten opgaan vooraleer u de noodtoestand kunt inroepen om het beroepsgeheim te doorbreken.

Misdrijven waarvan de cliënt slachtoffer is (rechtspraak van het Hof van Cassatie)

Het Hof van Cassatie heeft in een aantal specifieke rechtszaken geoordeeld dat misdrijven waarvan de cliënt slachtoffer is, niet onder de zwijgplicht vallen.

Neen, volgens het Hof van Cassatie hebt u de mogelijkheid om in dit geval een aangifte te doen bij de bevoegde autoriteiten. Ook hier gaat het echter niet om een verplichting.

>> Klik hier voor meer informatie over:

  • het standpunt van het Hof van Cassatie;
  • de draagwijdte en de grenzen van deze uitzondering.

Terug


Wat doet u het best in uw situatie: zwijgen of spreken?

Hoewel we beseffen dat dit geen gemakkelijke afweging is, bent u eigenlijk de enige die deze afweging kan maken. U alleen hebt immers een zicht op de volledige situatie. Dit betekent ook dat u moeilijke knopen zal moeten doorhakken in situaties waarin heel wat twijfel en onzekerheid meespelen.

Dit wil echter niet zeggen dat u niet in overleg kunt gaan met collega’s, bijvoorbeeld in intervisie en supervisie (zonder weliswaar de identiteit van de betrokkenen bekend te maken). Dergelijk overleg vormt een belangrijke meerwaarde: u krijgt meer zicht op de mogelijke interventies en u voelt zich geruggensteund in uw handelen.  We onderstrepen daarom het belang van niet in isolement te werken en te investeren in de ontwikkeling van uw netwerk. We denken hier zowel aan psychologen als aan professionals uit andere disciplines.

Overleg met beroepsbeoefenaars die zorg verlenen aan de cliënt kan uiteraard ook een meerwaarde zijn. Denk bijvoorbeeld aan de behandelende arts of specialist, vb. psychiater, of uw naaste collega’s indien u in teamverband werkt. Deze uitwisselingen moeten u uiteraard kunnen kaderen binnen uitzonderingen als het gedeeld beroepsgeheim.

Een aantal belangrijke vragen die een leidraad kunnen zijn in uw reflectieproces en in het motiveren van uw beslissing:

  • Is een oplossing binnen de vertrouwensrelatie met de cliënt echt niet mogelijk?
  • Wat zijn de opties en wat hebt u reeds geprobeerd?
  • Hebt u van gedachten gewisseld met andere personen? Denk aan collega-psychologen, collega’s uit andere disciplines of gespecialiseerde diensten als het Advies Suïcidepreventie voor Huisartsen en Andere hulpverleners of het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling? Wat denken zij over de situatie?
  • Hebt u met de cliënt hierover gesproken? Wat is zijn standpunt?
  • Waarom is het noodzakelijk dat de informatie met een derde wordt gedeeld?
  • Kan de cliënt worden gemotiveerd om zelf de feiten aan te geven of om af te zien van zijn voornemens?
  • Wie is de meest aangewezen persoon om in te lichten?
  • Is een van de wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim van toepassing? Hebt u alle voorwaarden overlopen? Is een van de wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim van toepassing? Hebt u alle voorwaarden overlopen?

Houd bij overleg met derden steeds het beroepsgeheim in het achterhoofd. Bespreek de casus zonder de identiteit van de betrokkene bekend te maken, zowel expliciet als via informatie waaruit de identiteit indirect kan worden afgeleid. De situatie is uiteraard anders indien u zich op een van de uitzonderingen op het beroepsgeheim kunt beroepen.

Terug


Waarom is een neerslag van uw reflectieproces in het dossier belangrijk?

Keuzes rond het doorbreken van het beroepsgeheim zijn steeds complex en delicaat. We raden u dan ook om uw beslissing goed te motiveren en uw reflectieproces neer te schrijven in uw dossier. Dit is belangrijk omwille van de volgende redenen:

  • Het kan u helpen om afstand te nemen van de situatie en er op een objectievere manier naar te kijken. Dit kan u op weg helpen in het nemen van een beslissing.
  • U hebt steeds iets om op terug te vallen indien er op een later moment een discussie ontstaat over uw beslissing en u moet reconstrueren hoe u tot uw beslissing gekomen bent. 
  • Een dergelijk document kan u helpen aantonen dat u uw beslissing op een weloverwogen, serieuze  en nauwgezette manier hebt genomen.

TIP. U doet dit best zo snel mogelijk. Alles zit dan nog vers in het geheugen en belangrijke details verdwijnen zo niet naar de achtergrond.

Terug


Op welke andere hulplijnen kunt u zich beroepen wanneer er sprake is van suïcidegevaar?

Op de website zelfmoord1813 vindt u een pagina specifiek voor hulpverleners die in te maken krijgen met suïcidaliteit. U vindt er een aantal praktische richtlijnen en online tools, zoals de Richtlijn Suïcidepreventie. Deze richtlijn werd ontwikkeld door het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie en is bedoeld als ondersteuning voor hulpverleners. De thema’s die u erin terugvindt:

  • detecteren en bespreken van suïcidaliteit;
  • interventies om het suïciderisico te verlagen;
  • wat te doen na een suïcidepoging;
  • wat te doen na een suïcide;
  • hoe een suïcidepreventiebeleid opstellen.

U vindt er dus zeer concrete tools om aan de slag te gaan met uw cliënt. Naast deze richtlijn werd ook de website SP-reflex in het leven geroepen, een e-learningwebsite waarmee u de belangrijkste principes uit de richtlijn kunt inoefenen.

Op de website zelfmoord1813 vindt u bovendien nog de contactgegevens van het ASPHA (Advies Suïcidepreventie voor Huisartsen en Andere Hulpverleners). Bij deze dienst kunt u terecht voor ondersteuning bij crisisoverbrugging, risico-inschatting en communicatie met suïcidale personen en hun omgeving. Aarzel niet om hen te contacteren indien u met specifieke vragen zit.

Terug


Op welke andere hulplijnen kunt u zich beroepen wanneer er sprake is van kindermishandeling?

Voor gericht advies en ondersteuning bij een vermoeden van kindermishandeling kunt u terecht bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Deze dienst helpt u zicht te krijgen op de situatie en mogelijke handelingsalternatieven. U vindt hier de contactgegevens per provincie.

Aan Franstalige kant bestaat er ook Yapaka.be. Dit is een initiatief van het Ministerie Wallonië-Brussel (1998) en is bedoeld als preventieprogramma om (kinder)mishandeling te voorkomen. U vindt er heel wat nuttige informatie over mishandeling en het omgaan met vechtscheidingen bijvoorbeeld. Deze informatie is jammer genoeg enkel beschikbaar in het Frans. Voor zover we weten, bestaat er geen Nederlandstalige equivalent.

Terug


 
Deel deze pagina